15-11-16

Risk of a political ‘earthquake’ in Italy

why-italy-might-be-the-next-big-threat-to-the-eus-future-...

Recently I spent some time in the South and with the referendum approaching I asked some of the people for their opinion on the reform as proposed by Renzi. In spite of all publicity on radio and television in favor of the reform, most of the people were against it.

 

On the question why they would vote against, the answers were different and confused. Everybody agrees the system has to be simplified but not in the way as proposed by Renzi. Questioning them on how they see the simplification shows that they don’t really understand what it is about, but who can blame them for that. What they do understand is that they pay more taxes, interests, fines etc to Equitalia, that they earn too little and even less then before, that the elderly receive ridiculously low pensions (less then 500 euro), that the euro resulted in an important increase of the cost of living, that energy and water became very expensive and the always returning mantra ‘there is no work’!

 

On top of this disaster comes the issue of the refugees. As Italy is one of the countries first in line receiving refugees, government sought solution in paying individuals and organizations a daily fee of around 45 euro per refugee in order to provide them with food and shelter. When you consider that an average rate for a standard room in a 3 and 4 star hotel is in between 55 and 65 euro a day[1], this refugee shelter project is extremely well paid, whilst a lot of people earn little more than 600 euro for a full month of work. This solidarity-based governmental project very quickly became a new business for some smart Italian entrepreneurs investing in low priced premises to shelter and feed hundreds of refugees at a cost of some euros a day per capita.

 

And the icing of the cake still has to come! Imagine a small city somewhere in the south with 20.000 inhabitants, a smart guy and owner of an old abandoned hotel sheltering and feeding 800 refugees. These refugees are nourished and sheltered but have no other means of income and so they take on local work at 20 or 25 euro a day, leaving the locals with even less then before.

 

The above seems to me as the ideal cocktail for a political ‘earthquake’, leaving Renzi empty-handed with an Italy in an even bigger crisis than before. Is Renzi really responsible for the actual situation or is he only the heir of his predecessors’ foolishness, testator for Grillo’s M5S triggering the end of EU?

 

[1] Except for July and Augustus

30-03-16

Lord of the Rings in Calabria

waterval.jpg

07-03-16

De wonderbaarlijke visvangst

 

L1070765.jpg

Vorig jaar, eind oktober zijn we verschillende keren ‘funghi’ gaan plukken, maar die dag werd het vissen. De afspraak om die zondag te gaan vissen lag vast om halfnegen, voor de echte vissers klinkt dit godslasterlijk laat, maar voor mij klonk dit als muziek in de oren. De voorbije dagen was ik al enkele keren rond 5 uur ’s morgens uit bed gevallen om funghi te gaan plukken en dus nu kon ik eerst rustig mijn cappuccio met obligate cornetto nuttigen in mijn stamcafé.

Carmine is naast een heel goede vriend en aimabel persoon ook nog eens schrijnwerker, visser en jager. Na meer dan vijf jaar, regelmatig samen optrekken, ben ik er nog steeds niet uit wat zijn ‘hoofdberoep’ is. Blijkbaar was hij die ochtend al heel vroeg op pad geweest om te jagen. De trieste getuigen van zijn jachtpartij, vijf zanglijsters, lagen op de motorkap van zijn aftandse terreinwagen. IMG_1577.JPGDeze kleine onschuldige zangvogeltjes hadden de pech gehad voorbij zijn tweeloop te passeren. Veel kennis van de wetten op het jagen heb ik niet, maar ik mag hopen dat dit bij ons verboden is. Gelukkig jaagt hij heel oneconomisch en wordt er geschoten met cartouches die vele malen duurder zijn dan elk vogeltje dat sneuvelt. De lijmstokken die sommigen gebruiken zijn niet alleen illegaal, maar ook duizend maal erger dan het geweer. Hoe dan ook mijn hart kromp in elkaar bij de aanblik van deze vogeltjes. De normen hier verschillen sterk van de onze. Alles wat leeft en groeit wordt hier als eetbaar beschouwd en komt dus wel eens op tafel in een pasta, een groententaart, een rustica of iets anders. Dat wilde planten en wilde bloemen geserveerd worden, vinden we niet alleen lekker en creatief, maar ook heel Italiaans. Elk seizoen eten wat de natuur ons geeft, in al zijn puurheid, is een ‘back to nature’ ervaring. Helaas heeft deze medaille ook een keerzijde tijdens het jachtseizoen. Bij ons is het vandaag ondenkbaar om lijster te serveren, ginder is dit de normaalste zaak van de wereld en worden op zondag deze vogeltjes, samen met de geschoten kwartels en houtsnippen, als secondo aan de familie geserveerd. Wetten alleen gaan dit gedrag niet wijzigen, maar ook de publieke opinie moet wijzigen en de ontradingscampagnes van www.Lipu.it doen het goed op televisie, maar de weg is nog lang. Dit alles om te verklaren waarom we zo laat gingen vissen.

IMG_1603.jpg

Gaan vissen in die azuurblauwe kuststrook van de Tyrreense zee is een belevenis die iedereen eens zou moeten meemaken. De blauwe zee, de blauwe lucht, de warmte, en het sterke licht van de zon, weerkaatst op het spiegelgladde water lijkt enkel mogelijk in films met ‘bleu’ of ‘blue’ in de naam, maar hier is dat dagelijkse kost.

Wanneer ik thuis langs de Dender fiets dan zie ik enkel vissers van kop tot teen uitgerust. Ook al is ‘den Duits’ al een tijdje vertrokken uit onze kontreien, een visser moet bij ons blijkbaar speciale camouflagekleren dragen, de snoeken moeten heel slim zijn tegenwoordig. Onze sportvissers hebben zelfs een karretje mee om al hun materiaal te stouwen. Tenten, plooistoelen, slaapzakken, visbakken en uiteraard meerdere carbonfiber hengels zijn standaard uitrusting. Hier in Calabria is vissen veel eenvoudiger. De kledij een kleurige trainingsbroek en een T-shirt, meestal meermaals versteld en verkleurd van de vele zonne-uren, geen paraplu’s noch regententen. Een carbonfiber hengel had ik niet en op twee minuten tijd was er langs de kant een bamboestok afgebroken, bijgesneden en een draad met haak aangebonden en had ik mijn eerste ‘sustainable’ vislijn. Even moest ik denken aan de verhalen van mijn vader toen hij als kind op stekelbaarsjes ging vissen in de Molenbeek, nu ik hier met mijn bamboestok in zijn voetsporen trad. Naast onze twee[1] bamboestokken hadden we ook als uitrusting een vlindernetje, een grote zwarte ton, twee groene plastieken bakken en een klein piepschuimrubberen doosje mee. Wist ik veel waar dit allemaal voor ging dienen. Wat ik me wel afvroeg was, wat we aan onze haak gingen hangen. Aan het haventje voelde ik me wel een beetje belachelijk met mijn bamboestok met haak, in de voetsporen van mijn vader of niet, dit is anno 2015. De zee was glad alsof er een strijkijzer gepasseerd was en dus kon ik de ‘throttle’ vol opentrekken. De snelheid, de wind en de warmte van de zon maakten voor mij onze tocht al tot een succes. Na mijn eerdere visprestaties verwachtte ik weinig meer. Telkens wanneer we samen gingen vissen, was ik de ‘unlucky number 17’[2], buiten een bijziend visje of een plastiek zak heb ik nog niet veel aan de haak geslagen. Meestal moet ik me beperken tot het aanhoren van hun straffe verhalen, want ze beleven is er voorlopig nog niet bij geweest. In de verte op een vijftal mijl waren enkele witte schitteringen van een klein flottielje te zien, daar moest ik koers op zetten. Dichterbij gekomen bleken het een tiental kleine motorbootjes te zijn, verwikkeld in een of andere stoelendans.

De helft van de bootjes in een cirkel, de andere helft er omheen cirkelend, een gaatje zoekend om het carrousel binnen te geraken. Wij dus mee rondcirkelen, duwen en trekken om er tussen te geraken. Algauw hadden we van onze concullega’s voldoende ansjovis gekregen om ons piepschuim bakje te vullen. Met of zonder ansjovis aan de haak, veel verschil maakte het niet uit, want buiten het donkere water en de andere vissers met dezelfde bamboestokken of met alles waar een draad aan kan gebonden worden, was er niet veel te zien. Na een halfuurtje heen en weer draggen met mijn ansjovis aan de lijn, de anderen imiterend en ook al eens in het water slaand met mijn bamboestok, vertrokken we want volgens Carmine ging het hier niets worden. Vertel mij, ‘the famous n°17’ wat nieuws. Dus wij heen en weer sjezen over het water op zoek naar zeemeeuwen die samentroepten of andere signalen van activiteit. Inderdaad vlakbij een groepje hyperactieve zeemeeuwen, was het water precies aan het koken en plots sprongen verschillende tonijnen tussen 30 en 40 centimeter tot wel een halve meter uit het water. Blijkbaar zat er een school sardines, die door de tonijnen naar het oppervlakte gedreven waren en waar ze op joegen. Die sardines die even de groep verlaten zijn er dan aan voor de moeite en uiteraard hebben de zeemeeuwen het ook heel makkelijk. Synergie noemt men dit. Tussen ons bootje en de tonijnen was er blijkbaar geen synergie, want aangekomen was alles terug kalm na minder dan een minuut. Het was spectaculair om vanop een afstand te zien, maar daar bleef het bij. IMG_1594.jpgDus opnieuw sjezen en genieten van zon en wind tot we geheel onverwachts op een school ansjovis stootten. Blijkbaar waren het heel domme visjes, want ze beleven maar plakken aan ons bootje. Het waren deze visjes die mij de belevenis van het jaar bezorgden, misschien zelfs het vismoment van mijn leven. Even heb ik me mij op het meer van Galilea gewaand, de wonderbaarlijke visvangst moet iets soortgelijk geweest zijn, alleen hadden wij geen netten aan stuurboordzijde, maar probeerden we met ons vlindernetje onze bakken te vullen met ansjovissen. IMG_1591.jpgVangen klinkt alsof we inspanningen moesten doen, maar eigenlijk was het gewoon roeren in de zwarte soep van vislijfjes en zorgen dat de steel van het netje niet brak. Uiteraard zijn enkele honderd van deze visjes naast de bak geland met alle spartelende gevolgen van dien.

 

Hoewel men me dit al regelmatig in geuren en kleuren had verteld en ik dus voorbereid was op het evenement, was ik toch een en al verbazing en verbouwereerd van deze wonderbaarlijke visvangst en dit terwijl het ‘zotste’ nog moest komen.

Nu de bakken volgeladen waren met ansjovis, konden we ons focussen op onze hengels. Een ansjovis aan de haak bewegen vlakbij de wolk aan visjes was blijkbaar voldoende om de zwarte schaduwen uit de diepte te lokken. De tonijnen jagen van onderuit en scheren met een ongelofelijke snelheid langs de wolk van visjes op zoek naar diegene die het pak verlaat. L1070759.jpgAl na enkele seconden was ik mijn bamboestok bijna kwijt aan een tonijn die met hoge snelheid mijn ansjovisje meesleurde. Impressionant om kennis te maken met de energie, komende van de inertie van mijn snelle vis van 2 à 3 kilogram, die plots tot stilstand komt aan mijn vislijn. Wat nu komt noem ik mijn ‘zot halfuurtje’, gedurende ongeveer een halfuur heb ik enkel ansjovis aan mijn haak bevestigd, tonijnen uit het water gehaald en geprobeerd om de haak uit de vismond los te maken. L1070760.jpgWij met ons tweeën in ons kleine wiebelende bootje samen met nog 5 anderen op twee andere bootjes bezig met maar één ding: zo snel mogelijk die haak terug in het water brengen terwijl we mekaar aanwijzingen toeschreeuwden om de zwerm visjes tussen onze drie bootjes te houden. Ik noem dit mijn ‘zot halfuurtje’ niet enkel omdat de vissen bijna in mijn mand vlogen, maar ook omdat mijn perceptie van de wereld zich op dat ogenblik beperkte tot de enkele vierkante meters zeeoppervlak, de enkele vissers en mijn tonijnen. Er waren geen culturele-, taal- of andere barrières en zowel mijn als hun bevelen of aanwijzingen waren helder en begrijpelijk en leidden ons tot deze wonderbaarlijke visvangst.

 

Was het het oude instinct van de jager, de adrenaline van het moment of een vorm van massa hysterie, maar achteraf pas heb ik gemerkt dat ik van kop tot teen vol hing met het bloed van de gevangen tonijnen. Blijkbaar verliest de tonijn aan de haak veel bloed en blijft hij nog enkele minuten spartelen zodat letterlijk alles en iedereen volhangt. Zowel aan ons bootje als aan onze kleren en aan mezelf is heel wat werk geweest om er terug enigszins fatsoenlijk uit te zien.

IMG_1649.jpg

 

Onze vangst was spectaculair, naast ongeveer twintig kilogram ansjovis, nog eens meer dan veertig tonijnen. Die middag hebben we de verse, lekkere tonijn op de grill gegeten en ‘s avonds was er uiteraard ‘la cena insieme’ waar de familie en de goede vrienden op aanwezig waren om deze lekkernijen op al mogelijke manieren te nuttigen. Wat kan het leven toch eenvoudig en mooi zijn.

 

[1] Carmine had dezelfde bamboestok

[2] In Italië is nummer 17 een ongeluksgetal, bovenop alle andere die we kennen. De oorsprong, weliswaar vergezocht komt van het anagram VIXI gemaakt van de Romeinse nummer XVII, wat in het latijn zoveel wilt zeggen als ‘ik heb geleefd’ of anders gezegd zo dood als een pier wat niet echt fortuinlijk is en dus als ongeluk bestempeld wordt.